telefoon 010-4224430 Streksingel 165 Rotterdan Hillegersberg openingstijden di t/m do 9.00 t/m 17.30 vrijdag 9.00 t/m 21.00 zaterdag 9.00 t/m 17.00

Algemene voorwaarden van de Centrale Branche vereniging wonen

Artikel 1 - Definities
Artikel 2 – De geldigheid
Artikel 3 – De offerte
Artikel 4 – De overeenkomst
Artikel 5 – De levertijd
Artikel 6 – De op/aflevering
Artikel 7 – De opslag van goederen
Artikel 8 – Het vervoer en beschading bij aflevering
Artikel 9 – De betaling
Artikel 10 – De annulering
Artikel 11 – Extra kosten, meerwerk en/of minderwerk
Artikel 12 – De onuitvoerbaarheid van het werk en overmacht
Artikel 13 – De garantie
Artikel 14 - Klachten
Artikel 15 - Voorrijkosten
Artikel 16 – Nederlands recht
Artikel 17 – De garantieregeling behorende bij artikel 4 lid 1a
Artikel 18 – De geschillenregeling
Artikel 19 – Branchegarantie nakoming bindende adviezen behorende bij artikel 18


Artikel 1 - Definities
U kunt de voorwaarden gebruiken voor alle transacties met consumenten of met zakelijke afnemers. In de voorwaarden staan zelfs enkele artikelen opgenomen die specifiek gericht zijn op overeenkomsten gesloten met zakelijke afnemers.

top


Artikel 2 – De geldigheid
De voorwaarden mogen uitsluitend door CBW-leden worden gebruikt.

top


Artikel 3 – De offerte
Deze bepaling is er op aandrang van de CBW ingekomen. Een offerte is 18 dagen geldig, vanaf de datum van afgifte van de offerte. U kunt andere termijnen afspreken. Men kan dus niet na een jaar bij u terugkomen en u dan aan de offerte houden.

Alle zaken die u heeft ontwikkeld voor de offerte, zoals ontwerpen, tekeningen of die zaken die u bij de offerte heeft gedaan, bijvoorbeeld monsters en stalen blijven uw eigendom. Men kan dus niet straffeloos met uw ontwerp naar een van uw collega's gaan om daar vervolgens zaken mee te doen.

Tevens wordt aangegeven wat niet in de offerte is inbegrepen: zaken als takel en hijswerk, metselwerk, schoonmaken van vloeren etc. Worden hiervan tevoren geen afspraken over gemaakt met de klant, dan kan de afnemer later niet zeggen dat deze werkzaamheden in de prijs zaten. Nogmaals u mag natuurlijk andere afspraken maken, maar als er niets over is afgesproken, dan gelden deze bedingen.

top


Artikel 4 – De overeenkomst
Aanbetaling: In dit artikel wordt onder meer bepaald dat ondernemers maximaal 25% aanbetaling aan de consument mogen vragen. Bij zakelijke afnemers mag elke aanbetaling worden gevraagd.

Dit is een “oude” bepaling. Deze werd al gehanteerd bij de voorloper van de huidige erkenningsregeling: Interieur Waarborg. De 25-procent-maximum-regeling heeft alles te maken met de garantie die wordt gegeven bij een aanbetaling ingeval van een faillissement.

Prijswijziging: Conform hetgeen in de wet staat, wordt bepaald dat als er binnen een periode van 3 maanden na het sluiten van een overeenkomst, maar voor de oplevering zich een prijswijziging voordoet, dit geen invloed heeft op de prijs.

Let wel, vindt er een wijziging plaats na de 3 maanden dan kan een prijsverhoging worden doorberekend. De afnemer mag dan kiezen: afnemen en de nieuwe prijs betalen of annuleren. Wordt er voor annuleren gekozen dan moet 30% van de koopsom worden betaald als annuleringskosten.

Een prijsverlaging na de periode van 3 maanden moet worden doorberekend, maar uitsluitend als de afnemer hierom vraagt. Prijsverlagingen hoeven niet te worden doorberekend als er sprake is van showroommodellen, opruimingen, kortingen, acties etc etc.

Eigendomsvoorbehoud: Ook dit is in de voorwaarden geregeld. Zo lang niet het totale bedrag is betaald blijft het artikel uw eigendom.

top


Artikel 5 – De levertijd
Een heel belangrijk artikel in de voorwaarden is de bepaling over de levertijd. Zoals u weet moet er zeer zorgvuldig met levertijden worden omgegaan. De wet stelt nu eenmaal dat in principe alle termijnen uiterste termijnen zijn, tenzij anders is overeengekomen.

Levert u niet op het afgesproken tijdstip dan kan de consument de overeenkomst ontbinden en eventueel schadevergoeding eisen. Het is dus niet verstandig iets te beloven dat niet kan worden waargemaakt.

In de voorwaarden heeft de CBW toch getracht enige speling voor u te creëren. Er zijn twee soorten termijnen: partijen kunnen een vermoedelijke of een vast overeengekomen levertijd afspreken.

“Levering in week 12” is een vast overeengekomen levertijd: als u op de laatste dag van die week nog niet geleverd heeft dan bent u te laat en kan de consument u mededelen dat de goederen niet meer geleverd behoeven te worden.

Als u echter zegt: levering “ongeveer in week 12” of “waarschijnlijk in week 12” dan spreken we over een vermoedelijke levertijd. U heeft in dat geval na week 12 nog maximaal 1 maand extra. De voorwaarden bepalen namelijk dat u bij een vermoedelijke levertijd nog maximaal 1 maand de tijd heeft om alsnog te leveren.

Deze termijn is korter indien de oorspronkelijk overeengekomen levertijd ook korter was. Dus was de levertijd 2 weken, dan krijgt u er nog 2 weken bij. Na verloop van deze extra termijn kan de consument echter weer ontbinding en/of schadevergoeding vragen! Dit recht ligt nu eenmaal in de wet verankerd. Daar kan in de voorwaarden niet vanaf worden geweken.

U zult begrijpen dat het niet eenvoudig was om met de consumentenorganisatie tot overeenstemming te komen over deze uitloopperiode! De boodschap zal u echter duidelijk zijn: spreek geen termijnen af die u wellicht niet kunt realiseren. Uiteindelijk trekt u anders aan het kortste eind.

top


Artikel 6 – De op/aflevering
In de voorwaarden wordt geregeld waar de afnemer voor moet zorgen als de goederen worden afgeleverd, dus wat de verplichtingen van uw klant zijn. Bijvoorbeeld:

  • dat de plaats waar afgeleverd wordt deugdelijk kan worden afgesloten;

  • dat de plaats waar afgeleverd moet worden bereikbaar is of

  • dat de ondervloeren schoon zijn.



  • Als er een lift of een takel gebruikt moet worden dan moet u met de afnemer verdere afspraken maken over bijvoorbeeld:

  • wie huurt dit?

  • wie betaalt dit?

  • wie verzekert dit?


  • top


    Artikel 7 – De opslag van goederen
    Er zijn klanten die het wagen gewoon niet thuis te zijn als u voor de deur staat. Soms is hiervoor een geldige reden: been gebroken en dat werd net gezet. Soms blijft men opzettelijk weg, want de kast wordt bij nader inzien toch niet zo mooi gevonden, maar de annuleringskosten vindt men te hoog. Soms wordt de levering botweg geweigerd en slaat men de deur voor uw neus dicht. Kortom, wat nu?

    Artikel 7 geldt voor de situatie dat u de artikelen niet kunt afleveren, want de klant is er niet (meer). Eerst moet u binnen een redelijke termijn een tweede levering doen. Als ook de tweede levering niet lukt, dat kunt u
    1. nakoming vragen, waarbij u ook de opslagkosten en verdere schaden en kosten in rekening kunt brengen of

    2. de artikelen 30 dagen vasthouden en vervolgens de overeenkomst als geannuleerd beschouwen. U kunt dan behalve de 30% annuleringskosten tevens opslagkosten in rekening brengen (1% per maand, met een minimum van € 22,69).
    top


    Artikel 8 – Het vervoer en beschading bij aflevering
    Ook dit is zo’n voorwaarde, die u niet meeneemt bij uw verkoopgesprek, maar die in de praktijk niet kan worden gemist. De klant moet eventuele beschadigingen of andere fouten op de afleverbon vermelden en binnen twee werkdagen bij u melden. Als de klant geen gelegenheid had om op het moment van aflevering het artikel te controleren, dan moet ook dit op de afleverbon worden vermeld.

    Overigens is het niet in alle gevallen verstandig om met dit artikel op de proppen te komen, want er is ook een artikel over klachten (artikel 14).

    top


    Artikel 9 – De betaling
    Een aardig voorbeeld van een compromis tussen de Consumentenbond- en de CBW-afvaardiging is de bepaling over de betalingstermijn. De consumentenorganisatie vond dat de betalingstermijn in moest gaan na ontvangst van de factuur. Wij vonden van niet: de consument zegt eenvoudigweg geen factuur te hebben ontvangen! En u maar wachten. Dus wij wilden dat een betalingstermijn afhankelijk van de factuurdatum. De consumentenorganisatie vond dat weer niet redelijk, omdat u de factuur wel eens veel later kan versturen! Uiteindelijk is het geworden: 14 dagen na ontvangst van de factuur of 21 dagen na factuurdatum! Na 21 dagen is de consument dus echt in verzuim. Overigens, u kunt hierover andere afspraken maken!

    Een belangrijke reden om de voorwaarden te hanteren vindt u ook in de fixatie van de incassokosten. Als er na de betalingstermijn niet betaald wordt en u geeft de zaak uit handen aan een incassobureau dan kan 15% incassokosten in rekening worden gebracht en natuurlijk ook de wettelijke rente.

    top


    Artikel 10 – De annulering
    Soms aanvaardt de klant het artikel niet, de koper bedenkt zich en belt eventjes af. In zo’n geval is de afnemer een schadevergoeding verschuldigd van 30% van het oorspronkelijke bedrag. Het prettige is dat dit bedrag in de voorwaarden is gefixeerd, u hoeft de schade niet te bewijzen.

    Uiteraard hebben beide partijen wel het recht aan te tonen dat de schade hoger of lager ligt dan die 30%. Als dit het geval is dan geldt een ander bedrag.

    In deze 30% zit niet uitsluitend een compensatie voor de tijd van bijvoorbeeld het verkoopgesprek of het bestellen achter de computer of telefoon. Nee, in de 30% zit ook compensatie voor de verlichting, het pand, uw bescheiden loon, dat van uw medewerkers, inkoopkosten enzovoorts. Vandaar dit ‘hoge’ percentage, dat ook moet worden betaald als de consument al na een uur bedenkt dat het geen goede beslissing was.

    top


    Artikel 11 – Extra kosten, meerwerk en/of minderwerk
    Dit artikel geeft u een handvat voor verrekening van extra kosten, meerwerk of minderwerk. Het is wel aan te bevelen om hierover zo veel mogelijk aanvullende afspraken te maken. Hier kunnen problemen ontstaan en voorkomen is beter dan genezen.

    top


    Artikel 12 – De onuitvoerbaarheid van het werk en overmacht
    Wat nu als er onverwachte dingen gebeuren? Als al het afgesprokene in de praktijk niet kan worden gerealiseerd gaat men eerst om de tafel zitten om een redelijk alternatief te vinden. Dat is de hoofdlijn. Als dit niet lukt dan mogen beide partijen de overeenkomst ontbinden.

    Als een klein gedeelte niet kan worden nagekomen dan geldt hetzelfde, maar dan naar rato. Bij overmacht kan de andere partij ervoor kiezen de overeenkomst de ontbinden.

    top


    Artikel 13 – De garantie
    Als een klant de artikelen niet afneemt dan kan dit komen doordat:
    1. het artikel niet in orde is;

    2. men de goederen simpelweg niet meer wil hebben (weigering);

    3. de afnemer is verdwenen of onvindbaar is.
    De twee laatste situaties vallen onder het artikel opslag van goederen (artikel 7) en de annulering (artikel 10). Hier gaat het dus om de eerste situatie.

    De consument is niet tevreden. Wat mag een consument van een artikel verwachten? De wet zegt dat de afgeleverde zaak die eigenschappen moet bezitten die verwacht mogen worden op grond van de overeenkomst. Het gaat dus om verwachtingen.

    Wordt er niet aan die verwachtingen van de klant voldaan, dan mag deze om reparatie of vervanging vragen. Om vervanging mag echter alleen gevraagd worden als het artikel in redelijkheid niet kan worden hersteld.

    Een zaak moet de eigenschappen bezitten die de klant op grond van de overeenkomst mag verwachten. We noemen dit de conformiteitseis.

    Wat een koper mag verwachten is afhankelijk van allerlei omstandigheden, zoals:

  • de aard van het product (nieuw, gebruikt, merkartikel, beschadigd);

  • de hoogte van de prijs;

  • de omstandigheden waaronder koop plaatsvond (uitverkoop, verkoop winkeldochter) en

  • heel belangrijk zijn natuurlijk de mededelingen van de verkoper.


  • Tot zover de wet, dus hieraan moet de koop altijd voldoen. Daarnaast wordt in de voorwaarden een garantie gegeven.

    Let u vooral op het woord "daarnaast". Garantie behoort iets extra's te zijn, bovenop het wettelijke regime. Laten we dus eens kijken naar de bekende 3 jarige aflopende garantie. Die regeling houdt in dat:

    1. in het eerste jaar alle kosten van reparatie, vervanging met inbegrip van vracht- en voorrijkosten geheel voor rekening van de verkoper komen, dus van u;

    2. tijdens het 2e jaar komt 2/3 van deze kosten uw rekening en

    3. in het derde jaar komt 1/3 voor uw rekening.
    Als we deze regeling goed bekijken geeft u alleen het eerste jaar echt garantie. In het tweede en derde jaar wordt er op de rechten van de consumenten beknibbeld. Daarom kan het heel goed mogelijk zijn dat u op grond van het wettelijk regime in de jaren 2, 3 en verder (veel) méér moet doen dan 2/3 - 1/3. Wat u moet doen is geheel afhankelijk van de aard en ernst van de klacht, gerelateerd aan dat wat de consument mocht verwachten.

    De consument heeft overigens de keuze: hij doet een beroep op de garantieregeling of hij kiest voor een ontbinding met eventueel een schadevergoeding.

    Dit artikel was een van de moeilijkste artikelen om over tot overeenstemming te komen met de consumentenorganisatie. Zij stelden zich op het standpunt dat van een duurzaam product als een woninginrichtingsproduct meer verwacht mag worden dan slechts één jaar echte garantie.

    top


    Artikel 14 - Klachten
    De klachtenregeling is helder. Let u wel op de relatie tussen dit artikel en artikel 8: de consument moet een klacht die bij een aflevering kan worden geconstateerd onmiddellijk en uiterlijk binnen 2 werkdagen schriftelijk aan u hebben gemeld.

    Een tip: neem een klacht altijd serieus en onderneem onmiddellijk actie. Want u weet het: de beste reclame is mond-tot-mond-reclame.

    Dit artikel heeft ook alles te maken met Artikel 18 – De geschillenregeling.

    top


    Artikel 15 – Voorrijkosten
    Artikel 16 – Nederlands recht

    De artikelen 15 en 16 zijn typische algemene voorwaarden: als ze er niet staan dan ontstaat er discussie bij een eventueel probleem. Ze zijn helder en behoeven geen toelichting.

    top


    Artikel 17 – De garantieregeling behorende bij artikel 4 lid 1a
    Artikel 17 verzekert een consument ervan dat hij de aanbetaling, tot een maximum van 25%, met een gerust hart kan doen. Op deze manier onderscheiden de CBW-ers zich van de niet-leden. De regeling geeft de consument vertrouwen in CBW-leden.

    Hoe zit de regeling nu in elkaar? Allereerst: de aanbetalingen worden niet door de CBW vergoed. Uit de bijdrage van de deelnemers aan de CBW kan dit absoluut niet worden betaald.

    De aanbetalingsgarantie wordt gedragen door het collectief. Vandaar dat er een maximum van 25% is afgesproken door de CBW-leden. Een “korting” van 25% kan door u worden verstrekt, maar bij een hoger percentage lijdt u verlies. Dat kan natuurlijk niet.

    Hiernaast geldt ook nog de volgende regel: u hoeft niet meer dan 25% van de aankoop bij u te vergoeden. Een voorbeeld zal dit artikel nog meer verduidelijken:
    Stel dat een consument een product van € 453,78 heeft gekocht en 25% van de aankoopsom heeft aanbetaald. Hij heeft dus een aanbetaling van € 113,45 gedaan. Het bedrijf gaat daarna failliet en u meldt zich als deelnemer in dit faillissement.

    De consument bestelt nu bij u een nieuw product van € 907,56. U verrekent dit met de door de consument eerder aanbetaalde € 113,45 en trekt dit bedrag af van de nieuwe aankoopsom. De consument betaalt voor het nieuwe product dus € 794,12.

    Als de consument echter een nieuw product van € 226,89 bestelt, wordt slechts 25% hiervan in mindering gebracht op het aankoopbedrag. Hij krijgt dus € 56,72 korting en betaalt nog € 170,17. In dit geval bent is de consument dan ook € 56,72 kwijt.

    U kunt u zelf aanmelden als deelnemer in een faillissement. Dit heeft voordelen, want in de meeste gevallen hoeft u geen enkele moeite meer te doen om iets te verkopen. Bovendien krijgt u er een stuk free publicity voor terug, want consumenten vertellen dit soort verhalen graag door.

    Soms wordt u benaderd door de CBW met de vraag of u wilt worden opgenomen op de lijst van bedrijven waar de gedupeerde consumenten een vervangende koop kunnen sluiten.

    De garantieregeling houdt verder nog in dat de consument zich eerst moet melden bij de curator en vervolgens bij de CBW. Een en ander wordt namelijk eerst gecontroleerd.

    De consument krijgt vervolgens van de CBW een brief waarin staat dat deze consument had aanbetaald bij een CBW-bedrijf dat failliet is. In dezelfde brief staat ook het bedrag waarop de consument maximaal recht heeft. Verder vermeldt de brief dat de gedupeerde consument u, direct na binnenkomst, de brief moet laten zien. U kunt dan ook niet bijvoorbeeld pas bij de prijsonderhandelingen worden overvallen door een dergelijke brief.

    top


    Artikel 18 – De geschillenregeling
    Artikel 18 regelt de wijze waarop partijen geschillen kunnen regelen. De beste wijze van geschillenbeslechting blijft natuurlijk zorgen dat u ze voorkomt. Maar af en toe groeit een klacht uit proportie en wordt het een geschil.

    Allereerst een korte terugverwijzing naar de artikelen 8 en 14: een consument moet u eerst de gelegenheid geven om een klacht te bekijken en te beoordelen en deze in alle redelijkheid op te lossen; een klacht moet schriftelijk bij u worden ingediend.

    Als u er dan samen nog niet uitkomt, dan kan één van de partijen het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Wonen. Deze commissie behandelt het geschil en doet een bindende uitspraak. Aan dit bindend advies zijn beide partijen gehouden.

    Deze regeling is bedoeld om de CBW-leden een voorsprong te geven op de niet CBW-aangeslotenen. De regeling geeft consumenten immers de zekerheid dat een aankoop bij een CBW-er een veilige aankoop is. Mocht er een geschil ontstaat dan wordt dit door een onafhankelijke onpartijdige instantie beoordeeld.

    Het is uiteraard niet de bedoeling dat hiervan veel gebruik wordt gemaakt. U weet het inmiddels wel: mond tot mond reclame is beter dan een principiële zaak uitvechten voor de Geschillencommissie.

    top


    Artikel 19 – Branchegarantie nakoming bindende adviezen behorende bij artikel 18
    De laatste bepaling, artikel 19, geeft de consument de zekerheid dat een bindend advies van de geschillencommissie hoe dan ook wordt nagekomen. Als de betrokken deelnemer het niet doet, dan neemt de CBW dit over.

    De kosten van de nakoming worden verhaald op de nalatige ondernemer. U hoeft niet te betalen voor iemand die zich niet aan de afspraken houdt.

    top